Een hoge prijs.

Bijgewerkt: 27 nov 2018



Ze weet hoeveel plezier Damon heeft van een echte kerstboom. Daarom vergeet ze expres wel eens het water in de voet bij te vullen. De afgevallen naalden neemt hij mee naar de zolder. Wanneer hij denkt dat zijn moeder even niet kijkt, vult hij het doosje waarop staat top secret met de harde, groene punten en snelt hij naar zijn domein, de fantasiewereld die hij heeft gecreëerd. Uiterst voorzichtig sluipt ze naar de bovenste verdieping van hun vrijstaande huis. Daar ligt op een speelkleed op de tafel een bataljon aan soldaten te wachten om de strijd aan te gaan met de tanks van de vijand. De tegenpartij van zijn legermannen bestaat uit een bonte verzameling van porseleinen miniaturen van bekende tekenfilm personages. In de loop van de tijd zijn er enkele tegenstanders gesneuveld, maar dat deed hem niks. ‘De duivelse vijand moet worden uitgeroeid,’ heeft hij haar toevertrouwd in de schaarse momenten dat hij over zijn missies praat. Zijn gezicht uitdrukkingloos. Kil zelfs. Soms maakt ze zich zorgen over zijn gebrek aan empathie voor de verloren beeldjes. Ze gaat ervan uit dat het bij het spel hoort. Oorlog voeren is een serieus iets, zelfs voor een kind van acht.

Met de muis van haar hand tilt ze de klink van de zolderdeur omhoog. Op die manier kraakt hij niet wanneer ze de deur verder open duwt. Damon slaapt, dat weet ze zeker. De koude luchtstroom voert zijn zachte gesnurk mee de trapopgang door naar boven. Het is belangrijk dat hij er niet achter komt dat ze het slagveld bekijkt. Dat zou catastrofaal zijn voor het verbond dat ze met elkaar gesloten hebben; de zolder is zijn geheime plek en zij komt daar niet zolang hij haar geen toestemming geeft, geen toegangspas. Dat is de regel. De geur van dennennaalden komt haar tegemoet. En nog iets anders. Een muffe lucht vermengd met aarde. Aarde? Haar blik dwaalt door de zolder, niets dan oude meubels met in het midden het strijdtoneel uitgestald op hun oude eettafel. Bergen met opgehoopte, groene kerstboomfrutsels vormen beschutte plekken voor de strijdkrachten te voet. De goog guys, de grondtroepen. Een stroompje ijswater glijdt langs haar ruggengraat wanneer ze in het midden een teken ontdekt. Met een kindervinger gevormd in een laag platgedrukte dennennaalden. Een perfecte cirkel met daarin diverse lijnen en wat eruit ziet als Latijnse tekens. In het midden staat een cowboy van porselein.

‘Dat had je niet moeten doen.’ Een kille stem achter haar, waaruit alle emotie verdwenen is. Aan de grond genageld blijft ze staan. ‘Je overtreedt de afspraak, daar staat een straf tegenover.’

Ze herkent hem niet. Met een ruk draait ze zich om. Damon! In zijn pyjama, zijn bruine haar warrig van de slaap. Haar blik blijft hangen op zijn gezicht. Groene ogen staren haar onverschrokken aan. Een ongekende hardheid. Er schiet een gedachte door haar heen: dit is niet mijn zoon!

‘Damon?’ Twijfel. Niet meer dan een gefluister.

‘Mam? Waarom ben je hier?’ De stem is niet veranderd, de blik in zijn ogen evenmin. Ze herpakt zichzelf, recht haar rug en voelt zelfvertrouwen terugstromen in haar lichaam.

‘Damon. Wat is hier aan de hand? Wat heeft dat te betekenen?’ Ze wijst naar het symbool met de cowboy in het snijpunt van alle lijnen.

‘Dat is Charon. Hij is hier voor Julius.’

De woorden komen aan als een stomp in haar maag. Haar man is vorig jaar overleden. Dood neergevallen in de achtertuin. Damon heeft sinds die dag de naam van zijn vader niet meer uitgesproken.

‘Hij is gekomen voor je vader? Damon, waar heb je het over? Lieverd, kom eens hier.’ Ze zet een stap vooruit met de intentie haar zoon in haar armen te nemen. Haar zoon, Damon, ook al voelt het alsof de jongen voor haar niet haar eigen vlees en bloed is. Het kind voor haar steekt zijn hand streng omhoog, voorkomt contact met haar.

‘Charon is nooit betaald voor de oversteek van Julius. Hij hield mij gezelschap. Hielp mij. Eiste zijn betaling niet op, zolang niemand naar deze plek zou komen. Zijn domein. Nu moeten we hem betalen, mam. Jij moet hem betalen.’

Achter haar, waar de troepen in stilte wachten, klaar om hun strijd voort te zetten, hoort ze geschuifel. Een zware mannenstem spreekt in een onbekende taal. Haar huid staat in de brand. Voor ze kan reageren trekt er een kou door haar lichaam, bevriest haar aderen en ontneemt haar de adem. Ze zweeft door de lucht, valt omlaag. De weg naar beneden lijkt eindeloos. Seconden verstrijken, gaan over in minuten. In een strijd om te overleven grijpt ze naar haar keel, snakkend naar zuurstof. Net wanneer ze op wil geven, komt ze met een doodsmak op haar rug op een harde ondergrond terecht. Haar luchtwegen springen open. Gierend haalt ze adem. Met een schok komt ze omhoog en graait om zich heen. Ze knippert met haar ogen en langzaam onderscheidt ze de contouren van haar omgeving. Dekbed, kledingkast? Haar eigen slaapkamer!

Voor ze volledig hersteld is, vliegt ze haar bed uit, de slaapkamer uit, gang door, de trap op naar de zolder. Het slagveld is precies zoals in haar droom. Met één significant verschil. De cirkel met symbolen is verdwenen, net als het porseleinen beeld van de cowboy uit de bekende tekenfilm. Het strijdtoneel is overhoop getrokken, iemand heeft de dennennaalden van de tafel geveegd.

‘Mam? Wat is er aan de hand?’ De slaperige, warme stem van Damon klinkt achter haar. Ze draait zich om. In de deuropening staat haar achtjarige zoon in zijn ogen te wrijven. ‘Waarom zien je handen er zo vies uit? En waarom kijk je me zo vreemd aan?’

‘Damon?’

‘Ja, mam?’

Ze weet het zeker. Geen kille vreemdeling, het is haar zoon. Ze heeft het allemaal gedroomd. Iets onderdrukt haar aandrang om naar hem toe te rennen, haar armen om hem heen te slaan en hem te knuffelen. Waarom kan ze niet van haar plek komen? Wat zei hij nou, vieze handen? Haar blik vliegt over haar lichaam. Zwarte randen onder haar nagels, haar handen en armen besmeurd met aarde. Langzaam, met tegenzin worden haar ogen naar het raam en de achtertuin getrokken. De haren op in haar nek staan recht overeind. Precies op de plek waar haar man dood neerviel, ligt een berg omgewoelde aarde. Een stoot adrenaline pulseert door haar bloedvaten. Met een noodgang rent ze naar Damon, pakt hem op en rent de deur uit. De straat uit. Nooit meer zal ze een voet zetten in de buurt van dat huis.

Drie dagen later zitten ze bij de bushalte te wachten, vierduizend kilometer van hun huis vandaan met de vervoersbewijzen in haar hand.

‘Mam?’ Verbaasd trekt ze haar starende blik van het reclamebord voor hen af. Ze herkent de onbekende stem. Damon kijkt op naar zijn moeder. Er ligt een kilte in zijn groene ogen.

‘Je hebt nog niet betaald.’


Photo by Ivan Diaz on Unsplash

#angst #spanning #horror #kortverhaal #thriller #kind #bezeten #tolbetalen

4 keer bekeken
  • Facebook Social Icon
  • Twitter Social Icon
  • Instagram Social Icon

© 2018 DianavanHal.com

     Verba Montem@gmail.com