Begraven, maar niet vergeten

Bijgewerkt: 27 nov 2018



Op de achtergrond hoort Annemarije geroezemoes. Zacht gesnik. Wat is er aan de hand? In een reflex probeert ze omhoog te komen, maar haar lichaam weigert dienst. Het is donker en de pogingen met haar ogen te knipperen leveren eveneens niets op. Dit kan niet waar zijn! Droomt ze nog? Het zou kunnen, het laatste wat ze zich herinnert is de verrukkelijke maaltijd in het hotel, de vriendelijke gastheer die ze welterusten wenst en het uitgeputte maar voldane gevoel wat ze de laatste tijd vaker heeft na het avondeten.

Joris heeft haar vast op bed gelegd, nadat ze in slaap is gevallen in de suite. Twee weken vakantie voor hun tienjarig jubileum. Voor het eerst zonder kinderen. Het dringt langzaam tot haar door dat ze deze gedachtegang niet kan hebben wanneer ze slaapt. Heb je in zo’n toestand eigenlijk besef van realiteit? Ze weet het niet, dit is haar niet eerder overkomen. Het gedempte gemompel van buitenaf neemt in volume toe tot een stoet mensen vlak naast haar lijkt te staan. De geluiden verstommen en ineens is daar een verblindend licht. Ze tracht haar ogen dicht te knijpen tegen het felle schijnsel. Haar lichaam werkt in zijn geheel niet mee. Automatisch wil ze haar hand naar haar gezicht brengen. Wanneer dat niet lukt kan ze daar maar één plausibele conclusie aan verbinden; ze heeft een ongeluk gehad en is verlamd.

Een storm van paniek, waar ze helemaal niets mee kan, welt in haar op. Ze kan niet schreeuwen, niet huilen, niet slaan met haar armen. Ze heeft het gevoel dat ze gaat hyperventileren, maar zelfs dat gebeurt niet. Haar ogen wennen aan het licht. Doorspekt met donkere vlekken kan ze langzaam scherp stellen op wat zich boven haar bevindt. Een plafond. Systeemplaten. Waar is ze in godsnaam? Een hoofd verschijnt in haar gezichtsveld. Wat doet de vriendelijke gastheer hier? Hij praat in zijn eigen taal. Dankzij de taalcursus die ze vlak voor de vakantie per se wilde volgen begrijpt ze wat hij zegt.

‘Ze ziet er goed uit. Knap werk, neef.’

Een andere mannenstem praat in het Nederlands met een zwaar inheems accent.

‘Mijn oom zegt dat jullie afscheid mogen nemen.’

Annemarije wil protesteren dat de gastheer dat helemaal niet heeft gezegd, maar haar mond zwijgt. Dan verschijnt het gezicht van Joris boven haar. Dikke ogen van verdriet, tranen stromen over zijn wangen. Hakkelend probeert hij zich verstaanbaar te maken. Ze wil overeind komen, haar armen om hem heen slaan en vertellen dat ze nog hier is. Het gaat niet.

‘Schatje? Anne? Oh. Wat vind ik dit erg. Ik kan dit niet. Ik wil geen afscheid nemen.’ Hij slaat zijn hand voor zijn gezicht, bedekt zijn ogen. Dan verdwijnt hij net zo snel als hij is gekomen. Voor een paar seconden is het systeemplafond het enige dat ze ziet. Dit gebeurt niet. Afscheid nemen? Ik ben niet dood. Joris, kom terug! Ik ben hier, verdorie, ik ben hier. Oma Johanna verschijnt in haar beeld. De groeven in haar gezicht lijken dieper door het verdriet. Dit kan niet waar zijn.

‘Och, arm kind. Mijn lieve Anne. Je bent veel te vroeg gegaan, had je hele leven nog voor je.’ Oma Johanna dept met een zakdoek haar ogen en buigt opzij, alsof ze iets wil pakken. ‘Doe je je vader en moeder de groetjes in de hemel? Kom jongens, geef mama nog een laatste kus. Peter, help eens even.’ Haar oom Peter verschijnt in beeld en tilt Daan boven haar gezicht.

‘Maar mama is helemaal niet in de hemel, pap. Ze slaapt niet eens. Je hebt gelogen! Ze ligt met haar ogen open. Mam? Mam? Kun je me horen?’

In haar borstkast explodeert een oerpijn. Een onmenselijk verdriet, onmetelijke angst en wanhoop. Daan, ik ben hier! Je hebt gelijk, ik ben niet in de hemel. Ik ben niet dood. Ze wil krijsen, brullen, slaan, schoppen, alles wil ze. Niets kan ze. Daan is verdwenen en Fleur wordt zichtbaar. Mijn kleine Fleur. Mijn meisje.

‘Mam? Ben je echt dood? Daan zegt van niet, maar papa zegt van wel. En oma ook. Oma, mag ik mama een kus geven? Voelt ze dat wel als ze dood is?’

‘Ja, lieverd. Dat voelt ze en dan weet ze dat jij van haar houdt en ze rustig naar de hemel kan gaan. Net als opa en oma van Holst.’ De stem van Oma Johanna breekt wanneer ze haar kleindochter gerust probeert te stellen. Oom Peter houdt Fleur stevig vast terwijl ze haar gezicht naar dat van haar moeder brengt. Annemarije voelt de lippen van haar dochter zacht drukken op haar wang. Hoe kan dat. Ze voelt alles. Waarom kan ze niet bewegen. Fleur, kijk me aan. Kijk mama aan. Kijk mij aan en zie dat ik niet dood ben. Alsjeblieft, Fleur? Alsjeblieft! In een oogwenk is haar dochter verdwenen. Nee! Help. Wacht.

‘Zodra de mensen klaar zijn, kunnen we het lichaam wegbrengen. De kruiden werken, neef. Het is perfect. Ze hebben niets door.’ Inwendig krijgt Annemarije kippenvel door de woorden van de gastheer. Wat zegt hij? Dit kan niet. Hebben ze dit expres gedaan?

‘Wat zegt hij?’ vraagt Joris.

‘Dat we niet te lang kunnen wachten met uw vrouw begraven. Volgens de rituelen moeten overleden personen zo snel mogelijk worden begraven. Wij hebben de regels al iets soepeler gehouden, omdat uw familie vanuit Nederland moest komen om afscheid te nemen. We hebben uw wensen zoveel mogelijk gerespecteerd. Neem uw tijd. Mijn oom is streng opgevoed met de rituelen, maar ik vind dat afscheid nemen ook heel belangrijk is. Ik hoop dat u allen bijna zover bent voor het laatste ritueel?’

Joris, dat zegt hij helemaal niet. De neef van de gastheer liegt. Die vriendelijke man van het hotel heeft dit veroorzaakt. Ik ben niet dood. Oh! Waarom heb jij niet samen met mij die stomme taalcursus gevolgd? Waarom vond je dat niet nodig? En waarom brengen ze mij niet over naar Nederland? Daar balsemen ze dode mensen tenminste. Dan zouden ze weten dat ik nog leef!

‘Wij zijn zover.’ Ze hoort het haar man zeggen, maar kan het niet geloven. We zijn zover? Nee, dat ben ik niet! Joris? Kijk mij aan. Kijk naar mij. Het grijnzende gezicht van de gastvrije hoteleigenaar komt in beeld.

‘Ga jij maar lekker slapen. Bedankt voor het uittesten van onze nieuwe kruiden en ik hoop dat u een prettig verblijf bij ons heeft gehad.’ Met zijn vingers drukt hij haar ogenleden dicht. Nu ziet ze niets meer, ze hoort alleen nog maar. Haar hele wezen teruggebracht naar één zintuig.

‘Wat zei u tegen haar?’ vraagt Joris aan de neef. De leugenachtige tolk van een vent. De klootzak!

‘Hij heeft haar een veilige reis naar het hiernamaals gewenst. Een paar laatste woorden zoals het hoort in dit dorp.’

Ze hoort de geruststellende ondertoon van troost in de stem van de neef. Wat een acteur. Klerelijer. Je zou zo de Oscars kunnen winnen. Hufter. Voor ze verder kan gaan met haar inwendige tirade, komt haar omgeving in beweging. Ze dragen haar. Waarheen? Het op en neer deinen lijkt eindeloos door te gaan. Een orkaan in de hoogste categorie woedt diep van binnen. Dit gaat niet gebeuren. Ik ga nergens heen. Nee, ik wil niet. Plots draait haar maag alsof ze een looping in de achtbaan maakt. Ze moet door de lucht zweven. Met een plof komt ze op de grond terecht. Ver boven haar hoort ze de neef uitleg geven.

‘De overledenen worden zonder kist begraven. Zodat zij één zijn met moeder Aarde. Laten wij nu allemaal een hand aarde over haar heen strooien, zodat wij haar toestemming geven om ons te verlaten.’

Verlaten? Niets verlaten. Joris, Oma, Daan? Fleur? Niet doen! Met het neerkomen van het eerste beetje grond voelt ze een tinteling in haar vingers en tenen, ze bewegen minimaal. Ja! Dat voel ik. Het komt terug. Mijn gevoel komt terug. Een nieuwe lading aarde treft haar hoofd en bovenlichaam. De korrels beroeren haar mond en automatisch wil Annemarije het weg blazen. Haar lippen wijken iets van elkaar, waardoor de viezigheid op haar tong belandt. Dat scheelt haar niets. Het betekent dat de spieren in haar gezicht weer functioneren. Haar mond tenminste . Met elke hoop grond neemt de hoop in haar toe. Zal ik op tijd de controle over mijn lichaam terug krijgen voor ze mij volledig hebben begraven?


Photo by Daniel Jensen on Unsplash

#thriller #kortverhaal #spanning #spannend #angst #begraven #levend

0 keer bekeken
  • Facebook Social Icon
  • Twitter Social Icon
  • Instagram Social Icon

© 2018 DianavanHal.com

     Verba Montem@gmail.com